The King’s Trail neemt je mee door de winterse wildernis van Zweeds Lapland. Je trekt met een pulka achter je aan van hut naar hut, volgt rode kruisen door berkenbossen en ontdekt een witte bergwereld waar de bewoonde wereld steeds verder weg voelt. Maar hoe ziet zo’n tocht er concreet uit? Hieronder ontdek je de etappen van de Kungsleden tussen Abisko en Singi, met afstanden, looptijden en overnachtingsplaatsen. Zo kun je je alvast voorstellen waar je straks loopt, klimt en je benen laat rusten.
De etappen van de Kungsleden in het kort
Je hoeft niet elke kilometer uit je hoofd te kennen voor je vertrekt. Toch is het fijn om te weten wat je onderweg te wachten staat. Op The King’s Trail leg je tussen Abisko en Singi vijf wandeletappen af. Samen zijn die goed voor 74,5 kilometer. Daarna brengt een sneeuwscooter je verder richting Kebnekaise en uiteindelijk Nikkaluokta.
De langste etappe telt 20 kilometer, de kortste 12 kilometer. Dat zegt niet alles over hoe een dag aanvoelt: ook het stijgen, dalen en trekken van je pulka spelen mee. Hieronder vind je de opgegeven wandeltijden per etappe zonder pauzes, zodat je een beeld krijgt van het ritme.
- Abisko naar Abiskojaure: 14 km, 4 tot 5 uur wandelen.
- Abiskojaure naar Alesjaure: 20 km, ongeveer 6 uur wandelen.
- Alesjaure naar Tjäktja: 16 km, ongeveer 4,5 uur wandelen.
- Tjäktja naar Salka: 12,5 km, ongeveer 4 uur wandelen.
- Salka naar Singi: 12 km, ongeveer 4 uur wandelen.
De dagindeling hieronder volgt Groep A. Groep B wandelt dezelfde route, maar vertrekt een dag later vanuit Abisko. Hoe dat precies werkt, lees je verder.
Dag 1: aankomen in Abisko
Je avontuur begint op Kiruna Airport. Vanaf daar brengt een bus je in iets meer dan een uur naar Abisko, het officiële startpunt van deze tocht. Vandaag hoef je nog geen kilometers met je pulka af te leggen. Eerst aankomen, kennismaken en ontdekken met wie je de komende dagen de wildernis in trekt.
In Abisko ontvang je je materiaal en ontmoet je de gidsen. Tijdens de volledige weekbriefing in de avond krijg je uitleg over de tocht. Een goed moment om je vragen te stellen en je medereizigers al wat beter te leren kennen. Je eerste overnachtingsplek is Abisko Turiststation. Morgen maakt de briefing plaats voor het echte werk.
Dag 2: Abisko naar Abiskojaure
14 km | 4 tot 5 uur | 157 m stijgen | 47 m dalen
Vroeg uit de veren: vandaag pak je je pulka in en vertrek je officieel op The King’s Trail. Je volgt het dal van de rivier Abiskojåkka, tussen berkenboompjes en kleine heuvels. De rode kruisen wijzen de route aan. Voorlopig blijft het terrein langs de rivier redelijk vlak, waardoor je rustig kunt wennen aan de slee achter je.
Dat is meteen het fijne aan deze eerste etappe. Je krijgt de tijd om je eigen ritme te vinden voordat de route wat meer begint te klimmen. Ongeveer halverwege gaat het geleidelijk omhoog. Na zo’n 10 kilometer verschijnt de rand van het grote meer Abiskojaure.
Aan de overkant ligt je eerste hut. Je ziet de omgeving veranderen, maar je bestemming is nog niet meteen bereikt. Er wachten nog een paar kilometers voor je je pulka kunt neerzetten. Daarna zit je eerste wandeldag erop en slaap je bij Abiskojaure, midden in het landschap waar je net doorheen bent getrokken.
Dag 3: Abiskojaure naar Alesjaure
20 km | ongeveer 6 uur | 347 m stijgen | 50 m dalen
Vandaag trek je dieper de wildernis in. Dit is de langste en zwaarste van de vijf wandeletappen, dus je benen krijgen werk. In de eerste kilometers stijg je geleidelijk langs de Kamajåkka-rivier. Daarna stap je een kale, witte bergwereld binnen: de fjäll.
Het decor van gisteren maakt plaats voor open terrein. Je lunchplek? Gewoon in de sneeuw. Geen terras of drukke straat om je heen, maar de bergwereld waar je zelf doorheen trekt. Na het plateau loopt de route verder door het dal en komt het Alesjaure-meer in beeld.
Een meer zien betekent hier niet dat je er al bent. Vanaf dat punt is het nog ongeveer 8 kilometer langs het water naar je eindbestemming. Dat laatste stuk hoort er dus nog helemaal bij. Bij aankomst in Alesjaure wacht een warme drank en kun je je benen laten ontspannen in een traditionele sauna. Na 20 kilometer klinkt dat waarschijnlijk nóg beter dan nu achter je scherm.
Even landen: wat is die fjäll eigenlijk?
Onderweg naar Alesjaure kom je in de fjäll terecht: de kale bergwereld die zo’n groot deel van het karakter van deze tocht bepaalt. De berkenboompjes maken plaats voor een open, wit landschap. Een kort woord voor een omgeving waarin je je behoorlijk klein kunt voelen.
Dag 4: Alesjaure naar Tjäktja
16 km | ongeveer 4,5 uur | 350 m stijgen | 161 m dalen
Je pulka is inmiddels geen onbekende meer. Inpakken, vertrekken en je ritme vinden: je begint eraan te wennen. Vandaag is de route korter dan gisteren, met een geleidelijke stijging naar de kleine Tjäktja-hut.
De eerste 10 kilometer volgt de winterroute de oostelijke helling van het Alisvaggi-dal. In de buurt van een rendierhut verlaat je het dal. De laatste 3 kilometer naar Tjäktja worden wat steiler. Nog even doorzetten dus, voor je bij je overnachtingsplek aankomt.
De hut ligt naast een kleine, spectaculaire kloof met een brug erover. Het is zo’n plek waar het gevoel van afgelegen zijn vanzelf binnenkomt. Hier waan je je echt in niemandsland. Onderweg vragen de rode kruisen wel je aandacht: op dit traject kun je anders per ongeluk de verkeerde kant over de pas kiezen. Het landschap bekijken is heerlijk, maar de route blijven volgen hoort er ook bij.
Dag 5: via de Tjäktja-pas naar Salka
12,5 km | ongeveer 4 uur | 157 m stijgen | 351 m dalen
Vandaag staat de Tjäktja-pas op het programma, het hoogste punt van de Kungsleden. Vanaf de hut klimt de gemarkeerde winterroute geleidelijk omhoog. Bij goede weersomstandigheden bereik je de pas in ongeveer anderhalf uur.
Boven staat een kleine houten schuilhut. Maar het is vooral het uitzicht naar het zuiden dat je aandacht trekt: voor je ligt het enorme Tjäktjajåkka-dal. Na de klim zie je ineens het landschap waar je verder doorheen zult trekken. Een mooi moment om even stil te staan voor de afdaling begint.
Vanaf de schuilhut daal je af richting Salka. Zodra je het dal bereikt, volgt een lange, rustige afdaling naar de hut. Deze etappe telt minder kilometers dan de vorige twee dagen en je daalt meer dan je stijgt. Je overnachtingsplek is vandaag de Salka-hut.
Dag 6: Salka naar Singi en verder naar Kebnekaise
12 km wandelen | ongeveer 4 uur | 53 m stijgen | 157 m dalen
Vanuit Salka sla je de vallei richting Singi in. Na de pas van gisteren voelt deze etappe wat gemakkelijker: het terrein is voornamelijk vlak. Je trekt door een brede vallei en ziet onderweg misschien de eerste sneeuwscooters verschijnen.
Kijk ook de zijdalen in. Die geven je onderweg zicht op het indrukwekkende Kebnekaise-massief, met de hoogste berg van Zweden. Zo heeft ook deze rustigere wandeldag genoeg om voor om je heen te kijken.
In Singi eindigt het wandelgedeelte van deze tocht. Je stapt hier over op een sneeuwscootertransport dat je in ongeveer een uur naar de Kebnekaise-hut brengt. Een heel andere manier om door de sneeuw te reizen, na al die kilometers op eigen kracht.
De Kebnekaise-hut is uitgebreider dan de hutten onderweg: er is een groot restaurant, een bar en er zijn twee sauna’s. Een fijne plek om je aankomst te vieren en terug te kijken op de route die je net hebt afgelegd.
Dag 7 en 8: via Nikkaluokta weer naar huis
Na de wandeletappen is het avontuur nog niet meteen voorbij. Voor Groep A staat op dag 7 een dagtocht rond Kebnekaise met de gidsen op het programma. Groep B wandelt die dag de laatste etappe van Salka naar Singi. Aan het einde van de dag brengt het sneeuwscootertransport iedereen naar Nikkaluokta, waar beide groepen weer samenkomen.
Daar kun je bijkomen in de gezellige bistro en slaap je nog een laatste nacht tussen de Lapse bossen. Je hoeft geen nieuwe etappe meer voor te bereiden. Tijd dus om na te praten: over die lange dag naar Alesjaure, het uitzicht vanaf de pas of het moment waarop je eindelijk lekker met je pulka liep.
Op dag 8 brengt een bustransfer van ongeveer een uur je naar Kiruna Airport. Daar neem je afscheid van je reisgenoten. De tocht zit erop, maar inmiddels zeggen namen als Abiskojaure en Tjäktja je heel wat meer dan toen je alleen nog een routebeschrijving las.
Groep A of Groep B: dezelfde route, ander ritme
Bij het boeken kies je je groep. Groep A vertrekt op dag 2 meteen op de trail. Groep B maakt eerst een lokale lus rond Abisko Turiststation en begint een dag later aan de route naar Singi. Daardoor loopt Groep B onderweg steeds een dag achter Groep A.
Je legt met beide groepen de volledige wandelroute tussen Abisko Turiststation en Singi af en overnacht even vaak in hutten en stations. Op dag 7 verkent Groep A met de gidsen de omgeving van Kebnekaise, terwijl Groep B de laatste wandeletappe aflegt. In Nikkaluokta komt iedereen weer samen. De groepen blijven bewust klein, voor de gezelligheid én de veiligheid.
Overnachten op de Kungsleden: warm, eenvoudig en afgelegen
Een hut zien verschijnen na een dag in de sneeuw krijgt al snel iets bijzonders. Tijdens deze tocht slaap je in hutten midden in de wildernis, onderhouden door de Svenska Turist Föreningen. Verwacht geen hotelkamer, maar een eenvoudige plek die helemaal past bij het landschap waar je doorheen trekt.
De hutten hebben een houtkachel, een gedeelde keuken en slaapruimtes met stapelbedden. Er is ook een noodtelefoon, want mobiel bereik heb je hier niet. Sommige hutten hebben een klein winkeltje voor hoognodige spullen. Handig als aanvulling, maar niet iets waarop je voor al je eten en snacks kunt rekenen.
Meestal is er geen stroom of stromend water. Water haal je uit een wak in het ijs bij de hut. Dat maakt een dagelijkse handeling ineens onderdeel van je avontuur. Eerst buiten water halen, daarna weer naar de warmte van de kachel: eenvoudiger wordt het bijna niet.
Precies dat geeft de etappen van de Kungsleden hun eigen ritme. Overdag ben je onderweg, ’s avonds deel je de hut met je medereizigers. Je bestemming is niet alleen een naam op de route, maar de plek waar je opwarmt en uitrust voor de volgende dag.